Vrijheid

portret Rebekka De Wit

In de wachtkamer van de dokter lag de weekendkrant. Er stond een interview in met een historica die een boek heeft geschreven over vrijheid. Ik had geen zin om het te lezen. In die wachtkamer voelde ik me nogal onvrij door mijn rare klachten en had het gevoel dat het mijn schuld was dat ik me zo onvrij voelde.

Ik pakte de krant, las ze niet, maar oefende mijn gesprek met de dokter.

‘En hoelang heb je die klachten al?’

‘God, ja, al … jaren, denk ik.’

‘En nu pas kom je naar de dokter?!’

‘Nou ja … ja, eigenlijk wel.’

‘Dat is echt niet slim.’

‘Nee …’

‘Oké …Denk je dat het stressgerelateerd is?’

‘Nou ja, ik heb ook altijd stress, dus wellicht wel.’

‘Ik denk dat het stress is. Beetje rustiger aan doen, en als het dan nog aanhoudt, kom je maar terug.’

Er stond een foto bij van de historica die het artikel had geschreven. Zij leek ook gestrest. Dat haalde me over om het interview met haar te lezen.

‘Onze hedendaagse visie op vrijheid hebben we niet te danken aan de vrijheidsliefhebbers uit het tijdperk van de Franse Revolutie, maar aan de conservatieve vijanden van die democratie. De Franse Revolutie mislukte’, zegt de historica. ‘De conservatieve elite wist de macht weer naar zich toe te trekken, de rijken kregen hun bezittingen terug. De staat moest wegblijven van privébezit. Ze gebruikten daarbij de retoriek van de vrijheid, en vrijheid wilde zeggen: gewoon rustig genieten van je eigen bezittingen, je eigen leven.’

Ik probeer dat ongeveer elk week- end, in mijn tuin zitten en dan een poging wagen te genieten van mijn eigen bezittingen, en ik vrees dat ik bij de dokter zat omdat dat niet lukt. Althans, ik zat bij de dokter omdat ik een zweer op mijn tong had, maar ik vermoedde dat de dokter me op het hart zou drukken dat ik meer in de tuin moest zitten en genieten en dat de zweer dan vanzelf zou weggaan.

Ik had me nooit gerealiseerd dat mijn idee van vrijheid – dat natuurlijk niet mijn idee is, maar het idee van de jongens van de marketingafdeling die mij iets proberen te verkopen dat zogezegd vrijheid mogelijk maakt – een aanval is op de democratie. Of eigenlijk had ik me niet gerealiseerd dat vrijheid ook te maken kan hebben met het collectief. Het collectief, dingen collectief doen, associeer ik vooral met het tegendeel van vrijheid. Met veel praten, luisteren, een compromis sluiten, rekening moeten houden met dingen die ik belachelijk vind. (Geen bomen in de straat omdat dan de vogels op je auto kakken.)

Zoals verwacht moest ik afwachten. Afwachten tot de huisartsen het beter zouden weten. Tot Google me meer kon vertellen. Tot ik, tot de wereld minder gestrest was. Tot het virus, wat de dokter vermoedde dat het was, zou gaan liggen. Afwachten tot de dingen anders zouden zijn dan ze nu waren.

Misschien was vrijheid voor de revolutionairen: samen stoppen met afwachten. Ik ging in mijn tuin zitten. Mijn buurman kwam vragen of ik even in zijn nek wilde kijken waar het jeukte, hij was bang dat hij een teek had, die hij niet had. ‘Moet ik anders gewoon even krabben?’, vroeg ik. ‘Ja,’ zei hij, ‘krab maar even.’ Zijn huid was doorzichtig en licht geschilferd. Ik heb weleens gehoord dat eenzaamheid heel slecht is voor je gezondheid. Dat je er jaren eerder van doodgaat.

Ik keek uit over de tuinen tegenover mij, waar kinderautootjes en tuinstoelen stonden. Dacht aan onze lichamen, die daar iets proberen, en hoe we op een dag liegen over een teek, zodat iemand tenminste zijn hand in onze nek legt.

Link naar de column.